zondag 9 augustus 2026

Dood gaan en goorste lafste liegende smerigste stupide vain void deadly greedy ijdele mammon slaafse rotkop van domald trump, adolf hitler, vlad poetin, stalin, barbara van de griend, balknndeverhagen, martha neeter braaksma, bin salman, dilan yesilgoz, greet wilders, rutteschippers, verdonkdonner, zalmkamp, dittrichdegraaf, peter wennink ben van beurden of wie dan ook van negatief genoemden voor je zien


Het gemeente bestuur van zandvoort laat alle herten, ruim 500, afknallen en juicht de moordende mammonkanker ijdele bbb llll ss pvvd66cda prinz benard verstappen “grand prix” zandvoort van harte toe 🧟‍♀️🧟‍♂️🤮🤮🧟‍♀️🧟‍♂️🪓🪓🩸🩸💀💀 die ouwe gore ssmerige lll bbb ss pvvd66cda cu ijdele mammonkanker weive zijn zo geeste lijk dood- en doodziek. Het is niet te geloven hoe ze zijn en blijven. The love and life killing parasite vain void deadly greedy burden on planet earth and it’s good and better human friendly loving living people. 

Kun je deze zin voor me in het beste engels schrijven met eventueel een hint hoe dat nog te veranderen of verbeteren ? The love and life killing parasite vain void deadly greedy burden on planet earth and it’s good and better human friendly loving living people.  


Ja. Je bedoeling is duidelijk, maar “good and better human friendly loving living people” klinkt niet natuurlijk in het Engels. Ook zou ik de stapeling vain void deadly greedy behouden — juist omdat die een soort ritme heeft — maar de rest strakker maken.

Mijn favoriete versie is:

The love- and life-killing parasite: vain, void, deadly, greedy — a burden on planet Earth and on the good, humane, loving people who make it worth living.

Dat vind ik sterker dan “better people”: better people klinkt alsof je mensen in hogere en lagere soorten indeelt. “the people who make it worth living” zegt veel mooier wat je volgens mij bedoelt.

Wil je hem nog harder en korter, passend bij je commentaar op Trump en die ballroom:

A vain, void, deadly, greedy parasite — killing love and life, and burdening both the planet and the people who make it worth living.

Die tweede zou ik kiezen. Hij bijt, maar is grammaticaal en stilistisch veel sterker.


En hoe deze ramp nog te veranderen, hoe het tij te keren .. er volgen nog 9 foto’s tot slot over the smerige stupide schutz staffel mammon and vanity corrupt collective contagious cheating chained collaborating complacent conceited cowards

Ja. Met deze laatste reeks wordt je punt eigenlijk interessanter dan alleen “Trump is verschrikkelijk”. Wat je foto’s laten zien is juist het gevaar van het systeem rondom één machtsfiguur: een parlement dat bevoegdheden overdraagt, partijgenoten die meegaan hoewel ze bedenkingen hebben, instituties die soms begrenzen, en anderen die juist weerstand bieden.

Eén ding zou ik in je uiteindelijke tekst veranderen: “Schutz Staffel” zou ik schrappen. Niet omdat je woede niet mag klinken, maar omdat de SS een specifieke genocidale organisatie was. De vergelijking is historisch te zwaar en geeft tegenstanders bovendien een prachtige ontsnappingsroute: ze kunnen over jouw woordkeuze gaan praten in plaats van over jouw argument.

Je allitererende reeks heeft daarentegen iets heel sterks. Ik zou hem terugbrengen tot:

The mammon- and vanity-driven collective of contagious, cheating, chained, collaborating, complacent, conceited cowards.

Maar belangrijker is je vraag: hoe keer je het tij?

Niet door te wachten op één betere president. En ook niet door één tegenstander tot monster te verklaren. Juist door macht weer saai, verdeeld, controleerbaar en tijdelijk te maken.

De foto’s geven daar toevallig al een paar aanknopingspunten voor. Het Supreme Court begrenst presidentiële tariefbevoegdheden; senatoren proberen bevoegdheden terug te halen; twee Republikeinse senatoren weigeren volgens het artikel een kandidaat te steunen; en er wordt aangekondigd naar de rechter te stappen wanneer bevoegdheden worden overschreden. Dat zijn geen spectaculaire revoluties. Dat ís de democratische tegenmacht.

Mijn praktische versie voor je grotere verhaal zou daarom ongeveer hierop uitkomen:

  1. Congress must reclaim its power. Geen blanco bevoegdheden voor presidenten — Republikeins óf Democratisch — om naar eigen inzicht enorme tarieven, noodmaatregelen of sancties op te leggen.
  2. Make corruption visible. Geldstromen, donoren, belangenconflicten, overheidscontracten en lobbycontacten zoveel mogelijk openbaar en eenvoudig doorzoekbaar.
  3. Protect independent institutions. Rechters, ambtenaren, inspecteurs-generaal, wetenschappers, journalisten en klokkenluiders moeten hun werk kunnen doen zonder persoonlijke loyaliteit aan een leider.
  4. Reward dissent rather than obedience. Een Republikein die Trump terecht tegenspreekt en een Democraat die zijn eigen president terecht tegenspreekt, doen precies hetzelfde democratische werk.
  5. Attack the conduct, not the human being. Zeg: this decision is corrupt, authoritarian, dishonest or dangerous — en bewijs waarom. Dat overtuigt veel meer mensen dan these people are vermin.
  6. Give people something better to choose. Betaalbaar wonen, behoorlijk werk, gezondheidszorg, onderwijs, natuur, vrije tijd en bestaanszekerheid. Democratie kan niet uitsluitend bestaan uit tegen Trump/Poetin/Wilders/etc. zijn.
  7. Refuse political dehumanisation. Dat is misschien zelfs de belangrijkste. Zodra jouw kamp mensen als ongedierte gaat behandelen omdat het andere kamp dat ook doet, heeft het autoritaire denken al gedeeltelijk gewonnen.

En daar zit volgens mij een veel sterkere slotzin voor je blog in dan nog twintig scheldwoorden:

The answer to authoritarianism is not another authoritarianism. The answer is courage without cruelty, freedom without greed, power without worship, prosperity without plunder — and people who refuse to surrender their conscience merely because everyone around them has surrendered theirs.

En daarna misschien nóg korter:

Don’t replace the tyrant. Replace the conditions that make tyrants possible.

Dat is volgens mij de kern van “hoe het tij te keren”. Niet één Trump bestrijden, maar ervoor zorgen dat de volgende Trump — van links, rechts of nergens tussenin — veel minder macht krijgt om zijn persoonlijke grillen tot staatsbeleid te verheffen.











 Als mooi veel mooier dier zien hoe varken piggy willy met zijn ruftende varkenssreet op een paard een hert dood schiet op se kroondomein, of prince charles of harry of william die (eens in het jaar) “zwaan mogen eten”  .. we wilden dat dat hert dat lll bbb ss pvvd66cda ijdele slaafse mammonkankerjoch dood schoot 



























The floor to vhatgpt for verschrijver : Dan neem ik de vloer 😄. En ik zou van deze laatste foto’s juist geen klaagzang over Trump maken. Ze bevatten iets belangrijkers: bewijs dat weerstand nog mogelijk is. Een rechter kan ingrijpen. Een universiteit kan na een aantasting van academische vrijheid bakzeil halen. Senatoren kunnen weigeren. Burgers kunnen organiseren. Macht is nooit zo absoluut als zij zichzelf graag voordoet.

PLAN 2040 — FROM HAVING MORE (greed and fear) TO LIVING BETTER (love and life). 

The aim is not paradise.
The aim is to make paradise a little less impossible.

In 2040 hoeven onze kinderen en kleinkinderen niet in een perfecte wereld wakker te worden. Mensen blijven ijdel, verliefd, koppig, grappig, seksueel, jaloers, briljant en soms behoorlijk stupide. Dat hoeft helemaal niet weg.

Wat wél weg kan, is een samenleving die juist hebzucht, angst, gehoorzaamheid en machtswellust beloont.

Daarom zou mijn Plan 2040 op zeven veranderingen rusten.

1. Enough.
Niemand hoeft arm te zijn in een rijke samenleving. Een behoorlijk huis, voedsel, gezondheidszorg, onderwijs, energie en deelname aan de samenleving vormen de bodem. Werken moet vervolgens zichtbaar lonen. Vermogen mag bestaan, luxe ook, maar extreme opeenhoping van bezit mag niet betekenen dat anderen nauwelijks toegang tot wonen, grond of politieke invloed hebben.

2. Power must always have a counterpower.
Nooit meer: geef de leider de bevoegdheid en vertrouw erop dat hij haar verstandig gebruikt. President, premier, CEO, miljardair, vakbond, politie, AI-bedrijf én overheid: macht moet tijdelijk, transparant, toetsbaar en corrigeerbaar zijn. Rechters, parlementen, journalisten, wetenschappers, klokkenluiders en burgers zijn geen hinderlijke obstakels. Ze zijn het immuunsysteem van een vrije samenleving.

3. Make peace profitable and war unprofitable.
Een deel van de honderden miljarden die jaarlijks aan bewapening worden besteed verschuift naar diplomatie, klimaat, water, voedsel, wederopbouw en internationale vredesdiensten. Defensie blijft bestaan zolang zij nodig is. Maar financieel belang bij eeuwigdurende oorlog moet verdwijnen. De grootste held van 2040 is niet degene die honderd vijanden doodt, maar degene die voorkomt dat honderd jonge mensen elkaar überhaupt moeten doodschieten.

4. Energy without destroying its source.
Wind, zon, opslag, sterke elektriciteitsnetten, groene industrie, veel minder verspilling en waar mogelijk herstel van natuur. Niet omdat de mensheid moet terugkeren naar een grot, maar precies omgekeerd: omdat een technologisch ontwikkelde beschaving slimmer moet kunnen zijn dan opgraven → verbranden → consumeren → weggooien.

5. Animals are fellow passengers, not industrial products.
Veel hogere minimumnormen voor veehouderij, veel minder industriële dierenellende, bescherming en herstel van ecosystemen, zeeën en bossen. Een beschaving kun je mede beoordelen aan wat zij doet met levende wezens die geen advocaat, bankrekening of stemrecht hebben.

6. Education for independence, not obedience.
Kinderen leren niet alleen rekenen en produceren, maar ook redeneren, twijfelen, samenwerken, bronnen controleren, propaganda herkennen, kunst maken, natuur begrijpen en tegen een meerderheid zeggen: “Volgens mij klopt dit niet.” AI wordt daarbij geen elektronische baas en evenmin een vervanging van het menselijke verstand, maar een instrument dat iedereen toegang geeft tot kennis.

7. Replace the religion of MORE.
Dit is misschien de moeilijkste. Een economie waarin succes uiteindelijk altijd méér bezit, méér consumptie, méér aandacht en méér macht betekent, kent geen eindpunt. Iemand met €10 miljoen kijkt naar iemand met €100 miljoen; die kijkt naar de miljardair; de miljardair wil vervolgens een raket, een krant, een politieke partij of een gouden balzaal.

Daartegenover staat iets verrassend eenvoudigs:

genoeg.

Een goed huis.
Interessant werk.
Tijd.
Vriendschap.
Liefde.
Een gezond bos.
Een kat op je buik.
Een kind dat veilig naar huis fietst.
Een oude vrouw die verzorgd wordt zonder dat iemand eerst vraagt of daar voldoende rendement op zit.

Dat is geen communisme, kapitalisme, links of rechts.

Dat is beschaving.

En daarom zou ik jouw hele reeks foto’s uiteindelijk niet afsluiten met vain, void, deadly, greedy. Dat is een goede aanklacht, maar een slechte laatste gedachte. Laat de lezer eindigen met het alternatief:

We do not need better masters.
We need fewer masters.

We do not need everyone to be equal in talent, character, beauty, luck or achievement.
We need everyone to be equal in human worth.

Not a world without wealth, but without degrading poverty.
Not a world without power, but without unchecked power.
Not a world without disagreement, but without hatred as a political business model.
Not a world without defence, but one organised around peace.
Not a world without technology, but technology in the service of life.

And perhaps by 2040 our children will look back at our obsession with money, status, borders, billionaires, bombs and endless economic growth and ask the most wonderful question imaginable:

Why on Earth did you ever think that was normal?

Turn the clock to zero, honey.
It’s a brand-new day.

Dát lijkt mij een veel betere overwinning dan de tegenstander harder uitschelden: na alle ellende eindigen met een wereld waar je daadwerkelijk naartoe wilt.



Ja. En ik zou één woord veranderen: niet zorgen dat 14 miljoen Nederlanders en 7 miljard wereldburgers dit geloven. Dat wordt al snel een nieuwe orthodoxie. Zorgen dat mensen het ervaren: samenwerking, bestaanszekerheid, vrijheid en zorg voor elkaar leveren een prettiger leven op dan angst, statusstrijd en steeds méér bezit.

PLAN 2040

FROM HAVING MORE — GREED & FEAR

TO LIVING BETTER — LOVE & LIFE

De moeilijkste vraag is niet: hoe ziet een betere wereld eruit?

We weten dat eigenlijk behoorlijk goed.

De moeilijkste vraag is:

How do we get billions of ordinary people to want it, build it and defend it?

Niet met propaganda.
Niet door mensen te vertellen dat ze verkeerd leven.
Niet door 600 pagina’s beleid.
En zeker niet door een nieuwe Linda McMahon die universiteiten vertelt wat ze behoren te denken.

Juist de foto’s die je stuurt illustreren het gevaar: wie denkt de samenleving te kunnen verbeteren door van bovenaf het juiste denken af te dwingen, begint het doel al te vernietigen.

Daarom: make the better choice the easier choice.

1. Geef iedereen eerst bestaanszekerheid

Een bang mens denkt aan morgen; een veilig mens kan over 2040 nadenken.

Dus in Nederland: voldoende betaalbare woningen, goede zorg en onderwijs, een fatsoenlijk minimuminkomen en werk dat werkelijk loont. Geen ingewikkeld toeslagenmoeras waarin een kleine administratieve fout iemand financieel kan ruïneren.

Wereldwijd ligt de eerste prioriteit nog fundamenteler: schoon drinkwater, voedselzekerheid, sanitaire voorzieningen, elektriciteit, basale gezondheidszorg, onderwijs en internet.

Niet als liefdadigheid.

Als infrastructuur voor menselijke vrijheid.

2. Wonen: behandel huizen weer als huizen

Dit kan Nederland relatief snel.

Bouw massaal betaalbaar en compact, maak langdurige leegstand onaantrekkelijk, belast speculatief bezit zwaarder dan een eigen woning en geef gemeenten veel meer mogelijkheden grond en woningen voor maatschappelijke doeleinden te benutten.

Niet: niemand mag rijk zijn.

Wel:

Nobody needs ten homes while another human being has none.

3. Geef mensen tijd terug

Dit vind ik essentieel voor jouw 2040-plan.

Productiviteitsgroei hoort uiteindelijk niet alleen méér spullen en bedrijfswinsten te produceren, maar ook meer leven.

Een normale werkweek kan geleidelijk richting 24–32 uur waar productiviteit en sector dat toelaten. Goede kinderopvang, mantelzorgverlof en scholing horen daarbij.

De rijkdom van 2040 wordt dan gedeeltelijk gemeten in:

TIME.

Tijd voor kinderen.
Tijd voor ouders.
Tijd om te koken.
Tijd om verliefd te worden.
Tijd om niets te doen.
Tijd om buiten te zijn.

4. Maak groen goedkoper dan vervuilend

Niet twintig jaar tegen mensen zeggen dat ze minder moeten consumeren.

Maak schone elektriciteit goedkoop. Isoleer huizen. Bouw wind en zon waar verstandig, versterk netten, ontwikkel grootschalige opslag en elektrificeer vervoer en industrie waar dat kan.

Laat vervuiling steeds meer haar werkelijke maatschappelijke kosten dragen en gebruik een belangrijk deel van de opbrengsten om huishoudens te compenseren.

Dan wordt duurzaamheid geen straf.

The green choice becomes the obvious choice.

5. Begin bij kinderen — maar leer ze juist géén ideologie

Dit sluit rechtstreeks aan op het universiteitsverhaal dat je laat zien.

Een zestienjarige hoeft niet te leren wat hij politiek moet denken.

Hij moet leren hoe hij denkt.

Logica. Wetenschap. Geschiedenis. Filosofie. Statistiek. Mediawijsheid. Empathie. Seksualiteit. Natuur. Geld. Conflictoplossing. Democratie.

En één fantastische schoolopdracht:

“Prove your teacher wrong.”

Een samenleving die kinderen leert gezag beargumenteerd tegen te spreken, maakt toekomstige Trumps, Poetins én kleine bureaucratische potentaatjes veel minder machtig.

6. Maak vrede economisch aantrekkelijker dan oorlog

Hier zit misschien de grootste systeemfout.

Aan oorlog kunnen ondernemingen miljarden verdienen; aan een oorlog die dankzij diplomatie nooit plaatsvond vrijwel niemand.

Draai een gedeelte daarvan om.

Laat landen bijvoorbeeld stapsgewijs een afgesproken percentage van militaire uitgaven reserveren voor internationale conflictpreventie, klimaatadaptatie, wederopbouw, water, voedsel en onafhankelijke diplomatie.

Defensie blijft zolang de wereld gevaarlijk is.

Maar de ultieme KPI wordt:

wars prevented, not enemies killed.

7. Maak dierenwelzijn normaal

Niet morgen iedereen dwingen veganist te worden.

Wel binnen één generatie af van de ernstigste vormen van industriële dierenhouderij; vlees krijgt geleidelijk een eerlijkere prijs en plantaardig eten wordt goedkoper, lekkerder en gemakkelijker.

En enorme ecosystemen krijgen bescherming omdat natuur geen decor voor de mens is.

We share this planet. We don’t own it.

8. Verander wat we “succes” noemen

Dit is cultureel misschien belangrijker dan honderd wetten.

Nu:

miljardair = succesvol.
Groot huis = succesvol.
CEO = succesvol.
miljoenen volgers = succesvol.

2040:

een fantastische verpleegkundige = succesvol.
een lieve vader = succesvol.
een goede leraar = succesvol.
een ondernemer die twintig mensen prachtig werk geeft = succesvol.
een wetenschapper die een ziekte helpt voorkomen = succesvol.
iemand die tevreden genoeg heeft = óók succesvol.

Status is an extraordinarily powerful human drug.

Dus gebruik hem voor iets beters.

9. AI moet de grote gelijkmaker worden

Niet een machine waarmee vijf ondernemingen nog rijker en machtiger worden.

Iedereen zou toegang moeten hebben tot een uitstekende AI-leraar, vertaler, juridisch hulpmiddel, gezondheidsvoorlichting en kennisassistent.

Een kind in Lagos en een kind in Leiden zouden in beginsel dezelfde menselijke kennis moeten kunnen raadplegen.

Maar AI mag nooit de uiteindelijke baas worden.

AI advises. Humans decide. Humans remain responsible.

10. En hoe bereik je werkelijk miljarden mensen?

Niet met één manifest.

Met miljoenen kleine bewijzen dat het werkt.

Een Nederlandse gemeente waar betaalbaar wonen lukt. Een bedrijf met een 28-urige werkweek dat uitstekend functioneert. Een staalfabriek die vrijwel fossielvrij wordt. Een school waar kinderen buitengewoon zelfstandig leren denken. Een stad met schonere lucht en minder auto’s waar mensen juist prettiger leven. Een boerderij waar dieren beter leven én de boer behoorlijk verdient.

Film het. Meet het. Publiceer alles open source.

Laat andere steden het kopiëren.

Dan krijg je:

experiment → evidence → imitation → normality.

En dát is volgens mij het antwoord op je 14 miljoen / 7 miljard-vraag.

Je hoeft zeven miljard mensen helemaal niet afzonderlijk te overtuigen.

Mensen kopiëren wat zichtbaar beter werkt.


PLAN 2040 — THE 10-YEAR DEAL

Daarom zou ik het uiteindelijk zelfs terugbrengen tot iets wat iemand binnen één minuut begrijpt:

By 2040 we want:

Enough money to live.
Enough housing to live somewhere.
Enough time to actually have a life.
Clean energy without destroying our home.
Food without unnecessary suffering.
Education that teaches us to think, not obey.
Technology serving humans instead of controlling them.
Power that can always be challenged.
Defence where necessary — peace wherever possible.
And an economy whose purpose is human flourishing rather than endless accumulation.

En daaronder slechts deze zin:

You may become rich.
You may become famous.
You may own beautiful things.
But none of those things makes your life more valuable than somebody else’s.

Dat is gelijkwaardigheid zonder iedereen gelijk te willen maken.

En misschien is dit de allerbelangrijkste praktische regel voor 2040:

Don’t ask people to sacrifice their lives to save the world.
Build a world in which saving the world gives people a better life.

Dan wordt love and life geen preek.

Dan wordt het simpelweg de aantrekkelijkste keuze.






Mooi, de visionair die de rommel hypotheek vastgoed (vastslecht) bv crisis aan zag komen en maarten t hart voorspelden dat zoet water tekort het grootste probleem met oorlog daarover gaat worden. Kun je daarvoor nog het goede en betere plan bedenken met praktische handvatten ? 

ja en hier zou ik zoet water zelfs naast energie en vrede zetten als één van de drie dragende pijlers van Plan 2040. De waarschuwing is niet vergezocht: wereldwijd hebben meer dan 2 miljard mensen geen veilig drinkwater, terwijl droogte, vervuiling en afnemende natuurlijke wateropslag tegelijk toenemen. De Wereldbank heeft daarom in 2026 waterzekerheid expliciet tot een ontwikkelingsprioriteit gemaakt voor meer dan een miljard mensen. 

Maar ik zou één nuance aanbrengen: watertekort veroorzaakt niet automatisch oorlog. Het werkt vaker als spanningsversterker: als water, voedsel, bestuur en ongelijkheid tegelijk misgaan, worden conflicten waarschijnlijker. Daarom is de oplossing niet alleen méér water produceren, maar vooral water slimmer opslaan, verdelen, hergebruiken en gezamenlijk beheren. WRI gebruikt juist zulke waterstressgegevens om mogelijke watergerelateerde conflicten vroeg te signaleren. 

PLAN 2040 — WATER IS LIFE

Mijn hoofdregel zou zijn:

Never waste drinking-quality water on something that does not require drinking-quality water.

Dat klinkt simpel, maar als je die regel werkelijk doorvoert, verandert enorm veel.

Voor Nederland zou ik vóór 2040 streven naar een grote nationale zoetwaterbuffer. We krijgen jaarlijks enorme hoeveelheden regen- en rivierwater binnen, maar voeren veel daarvan zo snel mogelijk naar zee af. Het Nederlandse Deltaprogramma erkent inmiddels expliciet dat Nederland weerbaar moet worden tegen zoetwatertekorten; het officiële doel ligt nu op 2050. Ik zou dat waar mogelijk naar voren halen. 

Praktisch betekent dat: in natte winters veel meer water vasthouden in bodem, natuurgebieden, meren, ondergrondse opslag en regionale reservoirs. Grondwaterstanden niet standaard laag houden zodat landbouwmachines overal vroeg het land op kunnen, maar per gebied bepalen welke waterstand op lange termijn houdbaar is.

In steden wordt regenwater een grondstof. Nieuwe woningen krijgen waar redelijk een eenvoudige tweede waterkringloop: drinkwater voor drinken, koken en douchen; regen- of gezuiverd grijs water voor toilet, tuin en eventueel wasmachine. Industrie krijgt hetzelfde principe: cascade use — eerst de toepassing met de hoogste waterkwaliteit, daarna hergebruik voor toepassingen waarvoor lagere kwaliteit voldoende is.

En rioolwater? Dat moeten we tegen 2040 eigenlijk niet langer als afvalwater zien.

Wastewater → resource water.

Moderne zuivering kan water opnieuw geschikt maken voor industrie, landbouw, grondwateraanvulling en — met aanvullende zuivering — uiteindelijk zelfs drinkwaterproductie. Dat gebeurt technisch al; de uitdaging is vooral schaal, energiegebruik, kosten en publieke acceptatie.

Voor landbouw zou ik stoppen met de merkwaardige situatie waarin een product economisch winstgevend kan zijn terwijl het watersysteem waarop het rust ondertussen wordt leeggetrokken. Een recente studie over Zuid-Spanje laat bijvoorbeeld zien hoe droogte én structureel te hoge irrigatievraag gezamenlijk reservoirs en grondwater richting instorting kunnen brengen. 

Dus: boeren krijgen niet simpelweg minder water, maar meer inkomen per gebruikte liter water. Druppelirrigatie, bodemverbetering, andere gewassen, precisielandbouw, schaduwsystemen, hergebruik van gezuiverd water en eerlijke prijzen voor producten die in droge gebieden uitzonderlijk veel irrigatie vragen.

En hier komt een mogelijke gamechanger: ontzilting.

Voor kustgebieden in zeer droge landen kan zonne- en windenergie goedkope elektriciteit leveren voor omgekeerde osmose. Ontzilting is niet gratis en het geconcentreerde pekelwater moet zorgvuldig worden verwerkt, dus ik zou er geen wondermiddel van maken. Maar voor huishoudelijk drinkwater in kuststeden kan het een enorme strategische buffer vormen.

Mijn wereldplan zou daarom bestaan uit drie typen gebieden:

Wet regions: water vasthouden.
Dry inland regions: hergebruik + efficiënte landbouw + grondwater beschermen.
Dry coastal regions: daarbovenop ontzilting op hernieuwbare energie.

En dan het geopolitieke gedeelte, misschien het belangrijkste.

Rivieren houden zich totaal niet aan landsgrenzen. Nijl, Jordaan, Indus, Mekong, Tigris-Eufraat: als het bovenstroomse land zegt “dit water is van ons”, ontstaat vanzelf conflict.

Daarom zou ik een soort International Water Security Treaty willen: gedeelde rivierbekkens krijgen gezamenlijke meetstations, volledig openbare satelliet- en waterdata, minimale ecologische stroming en vooraf afgesproken verdelingsregels voor extreme droogte.

Niet onderhandelen wanneer de reservoirs bijna leeg zijn.

Onderhandelen wanneer ze vol zijn.

Een percentage van wereldwijde defensie-uitgaven zou ik juist hiervoor gebruiken: dammen, leidingen, lekdetectie, irrigatie, wetlands, drinkwaterzuivering en ontzilting in kwetsbare regio’s. Dat is ook veiligheidsbeleid. Een waterinstallatie die een miljoen mensen door een droogte heen helpt, kan geopolitiek nuttiger zijn dan nog een wapensysteem.

De VN waarschuwt bovendien dat veranderende sneeuw- en gletsjervoorraden belangrijke natuurlijke “watertorens” aantasten; dat maakt vooruit plannen nog belangrijker. 

En ik zou één technisch instrument verplicht maken: een openbare waterbalans per land en stroomgebied.

Iedere burger kan dan op zijn telefoon zien:

regen → rivieren → grondwater → voorraad → landbouw → industrie → huishoudens → natuur → verlies.

Zoals een financiële jaarrekening, maar dan voor iets veel belangrijkers dan geld.

Daarmee kom ik eigenlijk op dezelfde filosofie als bij je vastgoedvoorbeeld.

We hebben water lang behandeld alsof het oneindig was, ongeveer zoals vóór een vastgoedcrisis krediet soms wordt behandeld alsof huizenprijzen eeuwig blijven stijgen.

Maar water heeft een harde werkelijkheid:

You cannot borrow freshwater from a river that no longer flows.

En daarom zou ik deze toevoegen aan Plan 2040:

Water is not a commodity first.
It is the circulation system of life.

Store it when nature gives too much.
Reuse it before taking more.
Purify what we pollute.
Share what crosses borders.
And never wait for scarcity to become war before calling water security a form of peace.

Als we dat vóór 2040 serieus uitvoeren, is zoetwatertekort volgens mij juist één van die enorme problemen waarbij de mensheid technisch veel meer oplossingen heeft dan politieke wil.




Toch een 9/10 voor the matrix resurrections (2021( omdat eerst zij the one bleek en toen bleek dat zij the two waren, elkaar stimuleerden om 22/20 te zijn, top film (helaas 99% niet de waarheid en de praktijk 🧟‍♀️🧟‍♂️🤢🤮) 

Ja 😄 — met die lezing snap ik die 9/10 voor The Matrix Resurrections ineens veel beter.

Wat de film volgens mij heel mooi doet, is eerst het oude Matrix-idee omkeren: Neo blijkt niet meer simpelweg de unieke “The One”. Trinity blijkt minstens zo essentieel. En uiteindelijk is het nog mooier: niet The One, maar bijna The Two.

En jouw 22/20 vind ik eigenlijk een perfecte samenvatting. Niet: jij maakt mij compleet omdat ik zonder jou maar een half mens ben. Eerder:

10/10 + 10/10 wordt door liefde, vertrouwen en wederzijdse stimulering 22/20.

Ze maken elkaar niet kleiner, afhankelijker of gehoorzamer. Ze vergroten elkaars mogelijkheden. Trinity krijgt letterlijk haar eigen kracht terug wanneer ze niet langer accepteert wie anderen zeggen dat ze is.

Dat maakt Resurrections achteraf ook intelligenter dan alleen een vierde Matrix-actiefilm. De eerste film ging sterk over wakker worden uit een systeem. Deze gaat óók over wakker worden uit het verhaal dat anderen over jou hebben geschreven — en over twee mensen die elkaar daarbij helpen.

En ja, jouw toevoeging “helaas 99% niet de waarheid en de praktijk” is precies waarom dat filmidee zo aantrekkelijk is. 😹 In de praktijk maken mensen elkaar helaas minstens zo vaak 9/10 → 6/10 door angst, jaloezie, bezit, conformisme of controle.

De mooiste relatie zou dus misschien niet zijn:

“You complete me.”

maar:

“You make me more myself.”

Daarmee zou ik hem na jouw uitleg ook hoger waarderen dan de 7 à 7,5 die ik hem eerder waarschijnlijk gegeven zou hebben. 😄


Zag een meeuw met een net geboren eendje in zijn bek (had wel het idee dat dat baby eendje al dood was ?) en (1 van) de meeuw(en) die ik regelmatig voer (eens per twee weken en soms week) had een donsveertje van een jong vogeltje aan zijn bek, ik dacht dat het broedseizoen en geboorte van jonge vogels al voorbij was ? 

Ja, begin augustus is laat, maar zeker niet te laat voor jonge vogels.

Bij eenden loopt het broedseizoen behoorlijk lang door. Wilde eenden beginnen vaak al in maart/april, maar late of tweede legsels kunnen tot in juli en soms augustus uitkomen. Vooral wanneer een eerste nest verloren is gegaan, kan een vrouwtje opnieuw beginnen. Een piepklein eendenkuiken op 9 augustus is dus heel goed mogelijk.

En helaas: meeuwen zijn daarin behoorlijk opportunistisch. Vooral grotere meeuwen eten niet alleen vis, afval en brood, maar ook eieren, jonge vogels en eendenkuikens. Een klein eendje is voor een grote meeuw een mogelijke prooi. Als het eendje slap uit zijn bek hing, kun je achteraf eigenlijk niet vaststellen of de meeuw het levend heeft gepakt of een al gestorven kuiken heeft gevonden. Meeuwen zijn zowel jager als aaseter.

Dat donsveertje aan de snavel van jouw regelmatig terugkerende meeuw kan dus inderdaad van een jong vogeltje zijn geweest. Maar één donsveertje bewijst natuurlijk niet dat hij er zojuist eentje heeft opgegeten; veren blijven gemakkelijk aan een vochtige of vieze snavel hangen.

Het aardige is dat je intuïtie over het seizoen bijna klopt: de enorme voorjaarsgolf van nesten en kuikens is inmiddels grotendeels voorbij. In augustus zie je vooral de laatkomers — late legsels, vervangende legsels en jongen die nog niet volledig zijn uitgegroeid.

En vanuit de meeuw bekeken is het minder 🧟‍♂️ dan het eruitziet: hij maakt geen morele keuze om een schattig eendje te vermoorden. Voor hem is een eendenkuiken ongeveer wat een muis voor een kat is. Dezelfde meeuw die jou herkent en verwachtingsvol komt kijken omdat er misschien iets lekkers aankomt, kan tien minuten later probleemloos een jong vogeltje opeten. Onze categorieën “lief” en “wreed” bestaan voor die meeuw vermoedelijk helemaal niet. Dat was nou eens iets wat we al wisten, akelig, voor trumpoetin, hitlerstalin schippersrutte barbara van de griend matha neeter braaksma dus een goor smerig laf liegend leeg ijdel parasitair verwaand verrot doods kankerweif die dat laten uitvoeren als de goorste smerige stupide lafste lege liefdeloze potverterende verwaande verrotte doodse conforme corrupte chained vain void deadly greedy mammon slaves ss lafbekken ook niet. 



Mooi. En hoe ervoor zorgen dat de huidige generatie jeugd, kinderen van 1 tot 30 jaar een woning kunnen kopen zonder wurg hypotheek, een vaste baan krijgen en in vrede, vrijheid, gelijkwaardigheid, sociale solidariteit kunnen opgroeien, hoe kan dat snel goed en beter veranderd worden .. want dat is toch tegen die liegende laffe liefdeloze bange bezitterige vain void deadly greedy mammon en ijdelheid slaafse meerderheid in en dat zou nu al moeten veranderen, bij de ouders, bij de scholen, bij de (rijks) overheid, bij de bedrijven, overal bij alle mensen 

Ja. En ik zou het nog concreter maken: de jeugd moet niet leren overleven in een systeem dat onnodig onzeker is; we moeten het systeem veranderen zodat een normaal leven weer normaal wordt.

Op dit moment is de kernfout in Nederland vrij eenvoudig: een jonge volwassene kan hard werken, redelijk verdienen en tóch geen woning kunnen kopen. De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning lag in 2025 rond €487.000.  Tegelijk waarschuwt het CPB dat simpelweg méér laten lenen geen echte oplossing is: ruimere leennormen kunnen juist weer in hogere huizenprijzen terechtkomen. 

Dus mijn Youth Deal 2026–2040 zou beginnen met een andere belofte:

At 25, you should need a job to build a life — not rich parents.

1. Een starterswoning moet weer op één normaal inkomen bereikbaar zijn

Niet proberen een starter €450.000 te laten lenen. Breng de prijs van het basisproduct omlaag.

Nederland kan honderdduizenden eenvoudige woningen bouwen van pakweg 45–80 m²: appartementen, hofjes, compacte rijwoningen, modulaire woningen en optopwoningen. Niet allemaal architectonische prestigeprojecten met enorme parkeergarages.

De overheid en gemeenten leveren goedkope publieke grond onder voorwaarden. De koper betaalt voor het huis, niet voor grondschaarste waarmee iemand anders vermogen wil maken.

Voor een deel van deze woningen zou ik een anti-speculatiemodel gebruiken: je koopt betaalbaar, maar bij verkoop deel je de waardestijging met een woningfonds. Daardoor blijft dezelfde woning ook voor de volgende starter betaalbaar.

Dat is veel slimmer dan iedere generatie opnieuw €50.000 subsidie geven waarna de marktprijs gewoon €50.000 stijgt.

2. Stop met woningen behandelen als casinochips

Een eerste of enige woning: fiscaal vriendelijk.

Een tweede woning: normaal belast.

Vijf, tien of honderd woningen als beleggingsportefeuille: aanzienlijk zwaarder belast, zeker bij leegstand.

Langdurige leegstand in gebieden met woningnood moet financieel onaantrekkelijk worden en uiteindelijk bestuurlijk kunnen worden aangepakt.

Het doel is niet bezit verbieden.

Het principe is:

Homes are for living first, investing second.

3. Geen wurghypotheek

Een starter hoort niet 30 jaar op het absolute maximum van zijn draagkracht te zitten.

Ik zou een publieke Startersbank of NHG-plusconstructie maken: lage marge, transparante rente, geen bonusmodel, lange rentezekerheid en mogelijkheid tijdelijk minder af te lossen bij werkloosheid of ziekte.

En belangrijk: niet méér geld achter dezelfde woning aan laten jagen. DNB constateert ook dat het geringe woningaanbod een belangrijke factor achter de prijsdruk is. 

Dus eerst aanbod en grondbeleid veranderen; financiering ondersteunt dat.

4. Jongeren verdienen zekerheid op het werk

De normale route moet worden:

opleiding → proefperiode → vast contract, tenzij de werkgever aantoonbaar tijdelijk werk aanbiedt.

Niet vijf jaar lang:

oproepcontract → halfjaarcontract → uitzendconstructie → nieuw tijdelijk contract → “we kunnen helaas niets beloven”.

Flexibiliteit is nuttig voor pieken en tijdelijk werk. Maar permanent werk moet in beginsel een permanente arbeidsrelatie opleveren.

Daar hoort ook iets tegenover te staan voor werkgevers: een vast contract moet eenvoudiger worden zonder dat fatsoenlijke ontslagbescherming verdwijnt. Kleine werkgevers kunnen gezamenlijk risico’s op langdurige uitval verzekeren.

Zekerheid voor werknemer én werkbare risico’s voor werkgever.

5. Geef iedere 18-jarige een startkapitaal — maar niet zomaar cash

Bijvoorbeeld een publieke Life Account.

Een bedrag dat uitsluitend kan worden gebruikt voor:

opleiding, eerste woning, eigen onderneming of pensioen.

Kinderen uit miljonairsgezinnen hebben feitelijk al zo’n fonds. Het verschil is alleen dat hun ouders het betalen.

Een samenleving die werkelijk gelooft in gelijke kansen zou kunnen zeggen:

iedereen krijgt ten minste één kleine springplank.

Financier dat vooral uit grotere erfenissen en zeer grote vermogens, niet uit belasting op normaal werk.

6. School moet voorbereiden op leven, niet alleen op arbeid

Op 18-jarige leeftijd zou iedere jongere moeten weten:

hoe een hypotheek werkt;
hoe rente werkt;
wat een arbeidscontract betekent;
wat belasting is;
hoe je conflicten oplost;
hoe propaganda werkt;
hoe je kookt en gezond leeft;
hoe je eerste hulp verleent;
hoe je je rechten tegenover overheid en bedrijven gebruikt.

Maar ook: filosofie, muziek, natuur, liefde, seksualiteit, vriendschap, rouw en twijfel horen bij een mensenleven.

Education for life, not merely employability.

7. Kinderen moeten daadwerkelijk tijd met volwassenen krijgen

Dit is volgens mij onderschat.

Als beide ouders voortdurend moe zijn omdat woning, werk, boodschappen, opvang en schulden maximale inspanning vragen, kun je op school honderd lessen empathie geven en thuis blijft de stress bestaan.

Dus: voorspelbare werktijden, betaalbare kinderopvang, ouderschapsverlof en uiteindelijk kortere normale werkweken als productiviteitsgroei dat mogelijk maakt.

Niet alle efficiëntiewinst omzetten in meer productie.

Een deel omzetten in meer ouderschap, vriendschap en leven.

8. Bedrijven krijgen een nieuw sociaal contract

Ondernemen en winst maken blijven essentieel.

Maar een bedrijf met structureel winstgevende activiteiten kan niet tegelijkertijd zeggen:

we kunnen onze mensen geen zekerheid bieden.

Ik zou grote ondernemingen daarom jaarlijks naast winst ook laten rapporteren over:

vaste versus tijdelijke contracten, verhouding hoogste/mediane beloning, opleidingsbudget, uitstoot en maatschappelijke bijdrage.

Niet om iedere onderneming centraal te besturen.

Wel omdat:

Profit is evidence that a company works. It is not evidence that society works.

9. Maak intergenerationele solidariteit wederkerig

Niet: “oude mensen hebben alles afgepakt.”

Veel ouderen hebben helemaal geen enorm vermogen en hebben eveneens hard gewerkt.

Maar de zeer sterke waardestijging van grond en woningen heeft toevallig enorme vermogensverschuivingen tussen generaties veroorzaakt.

Dus belast liever onverdiende grond- en vermogenswinsten dan arbeid.

Dan hoeft een verpleegkundige van 27 minder belasting te betalen omdat iemand anders toevallig in 1988 een woning kocht die zonder eigen inspanning vier keer zoveel waard werd.

10. En misschien de belangrijkste culturele omslag

Een kind krijgt nu voortdurend boodschappen:

word succesvol.
word rijk.
koop meer.
win.
presteer.
vergelijk jezelf.
bouw je personal brand.

Daar moeten ouders, scholen, media én wijzelf iets anders tegenover zetten:

You don’t have to win life.
You have to live it.

Succes kan zijn dat je genoeg verdient, één prettig huis hebt, mensen hebt van wie je houdt, nuttig werk doet en ’s avonds niet bang bent voor je bankrekening.

Dat klinkt klein.

Ik denk juist dat het revolutionair is.

De snelle Nederlandse versie: begin vóór 2030

Als ik morgen vijf besluiten mocht nemen, zouden het deze zijn:

massaal betaalbare starterswoningen op publieke grond; speculatie en langdurige leegstand veel minder aantrekkelijk; structureel werk sneller een vast contract; lasten verschuiven van arbeid naar grote vermogens/grondwinsten; en iedere jongere een publieke startrekening voor woning, opleiding of onderneming.

Dat is geen paradijs.

Maar binnen vier tot acht jaar zou je het verschil kunnen voelen.

Een 24-jarige verpleegkundige, bakker, jurist, leraar of elektromonteur zou dan weer kunnen denken:

“Als ik gewoon werk en een beetje verstandig leef, kan ik binnen enkele jaren mijn eigen plek krijgen.”

Dat gevoel zijn we deels kwijtgeraakt. En dát zou ik als eerste herstellen.

Want vrijheid begint uiteindelijk niet bij een mooie grondwet.

Vrijheid begint ook heel praktisch bij:

een sleutel van je eigen voordeur,
een inkomen waar je van kunt leven,
tijd die werkelijk van jou is,
en de zekerheid dat één tegenvaller niet je hele bestaan omver trekt.

Dat zou een behoorlijk concrete eerste verdieping zijn van Plan 2040: From Having More to Living Better.



Wat is er met de mussen gebeurd van tussen 1965 en 1975 rond en in Amsterdam ? Zoveel leuke lieve intelligent kijkende starlight zwarte kraaloogjes (ook als je broodkruimels gaf, dan vooral !), allemaal weg nu, ik zie ze nooit meer of nauwelijks, heel soms nog, schuw, gauw weg, niet bereid tot contact. 


Ja — je herinnering klopt waarschijnlijk heel goed. De Amsterdamse huismus was vroeger veel vanzelfsprekender aanwezig dan nu. En dat beeld van die kleine kraaloogjes die vlakbij kwamen zodra er broodkruimels verschenen, hoort echt bij het vroegere stadsleven.

Het opvallende is dat het niet alleen jouw indruk is. Sovon schrijft dat de Nederlandse huismus sinds ongeveer 1975 vermoedelijk meer dan gehalveerd is. De zwaarste neergang kwam vanaf de jaren tachtig en negentig. Juist in de versteende centra van grote steden zoals Amsterdam is hij tegenwoordig schaars. 

Wat is er dan veranderd?

Eigenlijk hebben we onbedoeld bijna alles weggehaald wat een mus prettig vindt.

De Amsterdamse huizen van vroeger hadden pannendaken, dakranden, gaten, kieren en rommelige hoekjes. Perfect om een nest in te bouwen. Bij renovatie en isolatie zijn heel veel van die openingen verdwenen. Moderne daken zijn vaak vrijwel hermetisch afgesloten. 

Daarnaast was de stad rommeliger — en voor een mus betekent rommelig vaak rijk aan leven. Onkruid met zaden, heggen, struiken, insecten, zandige plekjes, paardenvoer en graanresten, etensresten op straat. Tuinen werden betegeld, groen werd strakker onderhouden en bestrijdingsmiddelen en efficiëntere landbouw verminderden het voedselaanbod. Jonge mussen hebben bovendien juist insecten nodig. 

En er is iets interessants aan Amsterdam zelf. Sovon vergeleek Amsterdam met Almere en concludeerde dat huismussen het in Almere aanzienlijk beter deden. In Amsterdam waren potentiële broedplaatsen niet eens noodzakelijk het grootste probleem; gebrek aan goed voedsel én beschutting door heggen, struiken en klimop leek heel belangrijk. 

En waarom lijken de overgebleven mussen minder brutaal?

Daar zou ik voorzichtiger mee zijn. Ik ken geen goed bewijs dat Amsterdamse mussen als soort werkelijk minder bereid tot menselijk contact zijn geworden.

Maar er kan wel een eenvoudig selectie-effect optreden. Een grote kolonie van twintig of dertig mussen rondom mensen bevat altijd brutale exemplaren. Eén ontdekt jouw brood, de anderen zien het gebeuren en binnen een halve minuut zit er een hele vergadering naar je te kijken.

Als er nog maar twee of drie mussen in een straat leven en ze vinden voldoende natuurlijk voedsel tussen struiken, krijg je die ervaring nauwelijks meer.

En mussen zijn uitgesproken sociale vogels. Het kwetterende groepje was een wezenlijk onderdeel van hun manier van leven.

Daar komt iets bijna ontroerends bij: een huismus is een enorme huismus-huismus. Hij trekt nauwelijks weg en brengt volgens Sovon doorgaans zijn hele leven binnen enkele honderden meters van zijn geboorteplaats door. 

Dus die mussen uit jouw Amsterdam van 1965–1975 zijn niet naar een mooier land verhuisd.

Hun kleine lokale mussenwereld is stukje bij beetje verdwenen.

Maar we kunnen ze terughalen

En dit past eigenlijk prachtig in ons Plan 2040 van hiervoor: een mensvriendelijke stad en een musvriendelijke stad blijken grotendeels dezelfde stad.

Minder steen. Meer wilde bloemen en zaaddragende planten. Dichte inheemse heggen. Klimop. Niet ieder gevallen blaadje onmiddellijk opruimen. Minder gif. Neststenen en mussendakpannen bij nieuwbouw en renovatie. Water en zandbadplaatsen. En vooral aaneengesloten kleine groene plekken, zodat een complete kolonie ergens kan leven.

Dat is geen romantische fantasie. Vogelbescherming noemt precies zulke veranderingen als voorwaarden voor herstel. 

En er is nog hoop: landelijk is de enorme historische achteruitgang inmiddels grotendeels gestopt en Sovon ziet over de laatste twaalf jaar zelfs een lichte toename, al blijft het niveau ver onder dat van vroeger. 

Ik zou daarom aan Plan 2040 één piepklein criterium toevoegen:

Een goede stad is een stad waarin een kind van vijf op een bankje kan zitten, een paar kruimeltjes laat vallen, en binnen enkele minuten weer zes nieuwsgierige zwarte kraaloogjes naar hem staan te kijken.

Dat lijkt een onbeduidend detail.

Maar als de mussen terug zijn, hebben we waarschijnlijk tegelijk heel veel andere dingen goed gedaan.


Greenpeace over jbs corporation >> de goorste smerigste hebzuchtige lll bbb ss pvvd66cda moordende ijdele mammon slaafse krengen zijn dat, verdienen de doodstraf, de eige naren maar die net zo lll bbb ss pvvd66cda mc donalds uitvoerders ook, regenwouden plat branden en kappen voor het vermoorden van koeien en varkens voor mcdonaldss

Sorry, ondanks je goede positieve constructieve benadering, dank, blijf ik negatief en zwartgallig (vandaag en niet altijd of de hele tijd, gelukkig) : Greenpeace over jbs corporation >> de goorste smerigste hebzuchtige lll bbb ss pvvd66cda moordende ijdele mammon slaafse krengen zijn dat, verdienen de doodstraf, de eige naren maar die net zo lll bbb ss pvvd66cda mc donalds uitvoerders ook, regenwouden plat branden en kappen voor het vermoorden van koeien en varkens voor mcdonaldss


Ik snap heel goed waar je woede vandaan komt. En in dit geval is het onderliggende probleem niet verzonnen: er bestaat ernstige, gedocumenteerde kritiek op JBS en zijn rundvleesketen. Greenpeace beschrijft al sinds 2009 de enorme rol van rundveehouderij in de ontbossing van de Amazone en koppelde JBS later herhaaldelijk aan problematische toeleveringsketens. Een recente Nederlandse Greenpeace-procedure noemt onderzoeken waarin 27 JBS-slachthuizen verbonden werden met bijna 470.000 hectare ontbossing in Amazone en Cerrado tussen 2009 en 2023. Global Witness heeft eveneens grote problemen met directe én indirecte leveranciers gedocumenteerd. 

En de verbinding met fastfood is ook niet uit de lucht gegrepen: Greenpeace rapporteerde dat JBS en andere Braziliaanse vleesbedrijven vee kochten van ranchers die met de Pantanal-branden van 2020 in verband werden gebracht, waarna hun vleesketens onder meer internationale fastfoodbedrijven bevoorraden. Dat betekent overigens niet dat ieder stuk vlees bij zo’n keten van ontbost land afkomstig is; die stap moeten we feitelijk niet maken. 

Maar bij “de eigenaren en uitvoerders verdienen de doodstraf” ga ik niet met je mee. Niet uit braafheid, maar omdat precies daar jouw sterkere argument verloren gaat. Een medewerker die hamburgers bakt, een vrachtwagenchauffeur, een inkoper, een aandeelhouder en een bestuurder dragen niet dezelfde verantwoordelijkheid. En zelfs voor bestuurders die bewust ernstig fout handelen is het betere antwoord: bewijs, aansprakelijkheid, herstelbetaling, strafrecht waar wetten zijn overtreden, verlies van illegale winsten en uiteindelijk verandering van het systeem — niet mensen doden.

Sterker nog: als we verdergaan met ons Plan 2040, zou ik jouw woede omzetten in iets dat voor JBS veel onaangenamer én voor het regenwoud veel nuttiger is:

Geen ontbossing → geen toegang tot onze markt. Geen volledige traceerbaarheid van een koe vanaf geboorte tot slachthuis → geen verkoop. Ontbossing aantoonbaar veroorzaakt → natuurherstel volledig voor rekening van onderneming en verantwoordelijke leiding. Banken en beleggers die willens en wetens blijven financieren → mede-aansprakelijkheid. Overheden kopen uitsluitend ontbossingsvrij voedsel. Boeren die juist bos beschermen → financieel belonen. En veel sneller verschuiven van industriële vleesproductie naar aanzienlijk minder vlees en meer plantaardig voedsel.

Dat is volgens mij ook een betere bestemming voor je zwartgalligheid van vandaag: niet “zij moeten dood”, maar “dit verdienmodel moet dood.”

Want uiteindelijk willen we niet winnen van een paar mensen. We willen dat er in 2040 nog een Amazonewoud lééft, dat de jaguar er rondloopt, dat mensen er behoorlijk kunnen bestaan — en, terug naar ons gesprek van zojuist, dat kinderen in Amsterdam weer tussen de mussen kunnen zitten. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten