maandag 10 augustus 2026

Elisabeth Shue (1.56 metres) wears a tennis shirt at 62 years and the internet is crazy

Give love, life and peace a second chance. Wir dürfen die Hoffnung nicht verlieren 

Zou het mogelijk zijn om alle melkflessen en wijnflessen enzovoorts (cola, frisdrank, 0,0 bier) van roestvrij staal uit de fossielvrije tata steel fabriek te maken, voor 20 jaar herbruikbaar ? Ik drink wijn, koffie en thee uit metalen bekers sinds 5 jaar en dat bevalt het beste .. niet prettig voor de glas- en plastic- industrie, dit gaat over het redden van de mensheid, de natuur en de wereld voor de komende 1000 jaar in plaats van de (ecologische en anderszins oorlog dictators) ramp die zich nu in een versneld tempo aan het voltrekken is ? Met eventueel handvatten hoe dat praktisch te verwezenlijken. Ruim 4 weken geleden had je beschreven hoe het oude glazen melkflessen stelsel zo goed werkte en hoe ook herbruikbare glazen flessen voor wijn herbruikt kunnen worden. Zou Nederland en de europese unie dat binnen 1 jaar tegen de consumptie en hebzucht en verspilling lobby in kunnen verplichten, 20 jaar herbruikbare stalen of glazen flessen, geen plastic meer, alle brood, groenten en fruit in duurzame of herbruikbare bakjes ? Al die statiegeld maatregelen en zo zijn schone schijn autistische sielige suffe doekjes tegen een open slagaderlijke bloeding 


Ja. Het kernidee is technisch goed en maatschappelijk veel serieuzer dan alleen méér plastic inzamelen: niet proberen een steeds grotere afvalstroom iets netter op te ruimen, maar zorgen dat die afvalstroom grotendeels niet meer ontstaat.

Ik zou alleen niet vastleggen dat alles twintig jaar lang van roestvrij staal moet zijn. De betere regel is: verpakkingen moeten herbruikbaar, gestandaardiseerd, repareerbaar en zeer vaak hervulbaar zijn; wegwerp wordt de uitzondering. Afhankelijk van het product kan RVS, glas of soms een ander materiaal de beste oplossing zijn.

De stalen melk- en wijnfles: ja, dat kan

RVS is uitstekend geschikt voor contact met voedingsmiddelen, mits de juiste legering en constructie worden gebruikt. EU-regels stellen al als algemene eis dat voedselcontactmaterialen — metaal, glas, kunststof enzovoort — geen schadelijke stoffen mogen afgeven en smaak of samenstelling van voedsel niet mogen aantasten. RVS wordt in de voedingsindustrie juist al zeer veel gebruikt voor tanks, leidingen, melkinstallaties, bierfusten enzovoort. 

Je zou dus uitstekend een gestandaardiseerde 0,33 / 0,5 / 0,75 / 1-liter RVS-familie kunnen maken voor melk, water, frisdrank, bier 0,0 enzovoort. Voor wijn en andere zure dranken moet de exacte staalsoort en sluiting zorgvuldig worden gekozen en getest. Twintig kalenderjaren zou ik bovendien niet wettelijk garanderen: een fles kan beschadigen. Veel beter is een ontwerpeis zoals minimaal honderden hervulcycli, waarna het staal volledig terug de metaalcyclus in gaat.

En juist dát is belangrijk: een zware RVS-fles een paar keer gebruiken is ecologisch niet automatisch beter dan een lichte verpakking. De productie van RVS vraagt relatief veel energie en grondstoffen. Het voordeel ontstaat wanneer één fles heel vaak wordt gebruikt, wassen efficiënt gebeurt en het vervoer regionaal is. Studies van hergebruiksystemen benadrukken precies die factoren: aantallen rotaties, retourafstand, wasproces en verliespercentage bepalen het uiteindelijke voordeel. 

Eigenlijk zou ik nog verder gaan dan jouw fles

Stel je voor:

Één Nederlandse/Europese universele verpakkingsstandaard.

Een fles is dan niet meer van Coca-Cola, Albert Heijn, Heineken of een wijnboer. Het is gewoon een EU-75-fles.

Vandaag zit er Italiaanse wijn in. Volgende maand Nederlandse appelsap. Daarna mineraalwater. Barcode/laser-ID vertelt de vulinstallatie wat erin heeft gezeten en welke reiniging nodig is.

Geen reliëflogo’s van fabrikanten. Geen tientallen afwijkende vormen. Etiket afwasbaar of digitaal. Dop gestandaardiseerd en vervangbaar.

Dat maakt het systeem veel efficiënter dan wanneer iedere fabrikant zijn eigen retourfles bezit.

Bijvoorbeeld:

RVS
voor melk, bier, frisdrank, water en producten waarbij breukbestendigheid belangrijk is.

Herbruikbaar glas
voor wijn, olie, azijn, sauzen en producten waarbij zichtbaarheid of smaakneutraliteit nuttig is.

En bij brood, groente en fruit zou ik inderdaad veel verder gaan: geen verpakking tenzij die aantoonbaar noodzakelijk is voor houdbaarheid of voedselveiligheid.

Brood → papieren zak of eigen broodzak.
Appels → los.
Komkommer → los.
Paprika → los.
Aardappels → herbruikbare krat of zak.
Aardbeien → standaard retourbakje.
Afhaalmaaltijd → standaard retourbak.

Dat is technologisch bepaald geen sciencefiction.

En het interessante toeval: precies nú verandert de Europese wet

Op 12 augustus 2026, over twee dagen, wordt de nieuwe Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) in hoofdzaak toepasselijk. Dat is Verordening (EU) 2025/40. Zij verschuift het beleid al richting minder verpakking, hergebruik en hervullen. De doelstelling is onder meer minder verpakkingsafval en uiteindelijk verpakkingen die herbruikbaar of economisch recyclebaar zijn. 

Maar je kritiek raakt wel een reëel zwak punt: de EU kiest nog voor een geleidelijke overgang. De verpakkingsafvaldoelen zijn bijvoorbeeld –5% per inwoner in 2030, –10% in 2035 en –15% in 2040 ten opzichte van 2018. 

Dat is heel iets anders dan zeggen:

in 2040 produceren we vrijwel geen verpakkingsafval meer.

Ik zou zelf die tweede doelstelling veel interessanter vinden.

Kan Nederland dit binnen één jaar verplichten?

Niet helemaal zelfstandig.

Daar zit een belangrijke juridische hobbel. De nieuwe PPWR is juist een rechtstreeks geldende Europese verordening om één Europese verpakkingsmarkt te creëren. Zij bepaalt dat lidstaten verpakkingen die aan de Europese eisen voldoen niet zomaar van hun markt mogen weren omdat ze nationaal andere verpakkingseisen willen stellen. 

Nederland kan dus niet eenvoudig op 1 januari 2027 zeggen:

“Alle toegestane Franse PET-flessen zijn vanaf vandaag in Nederland verboden.”

Dat zou zeer waarschijnlijk met het Europese vrije verkeer en de PPWR botsen.

Maar Nederland kan binnen één jaar wél enorm veel doen: retoursystemen verplicht of financieel vrijwel onweerstaanbaar maken waar Europese wetgeving ruimte laat, wegwerp veel zwaarder belasten, hergebruik vrijstellen, uniforme retourverpakkingen ontwikkelen, supermarkten verplichten hervulmogelijkheden aan te bieden, overheidsinkoop volledig wegwerpvrij maken en samen met Duitsland, België, Denemarken en andere landen Brussel onder druk zetten voor een versnelde Europese aanscherping.

En de EU zelf kan dit veel radicaler verplichten als Parlement en Raad daarvoor de politieke meerderheid vinden.

Ik zou er een concreet Europees plan van maken

Niet: “plastic beter recyclen.”

Maar:

EU Reuse 2040

2027–2028: vijf universele fles- en bakformaten ontwerpen en voedselveilig certificeren.

2028: Nederland begint met melk, sap, water, frisdrank en bier; bijvoorbeeld €1 statiegeld per robuuste fles, zodat bijna niemand hem weggooit.

2030: minimaal 50% van drankvolume via hervulbare verpakkingen.

2032: vrijwel alle supermarkten beschikken over een universeel retour- en sorteersysteem.

2035: wegwerpdrankflessen alleen nog toegestaan als aantoonbaar geen herbruikbaar alternatief mogelijk is.

2040: 90–95% minder wegwerpverpakkingen per inwoner, niet alleen 15% minder totaal verpakkingsafval.

En oude flessen worden geen afvalprobleem: glas wordt glas en metaal wordt opnieuw metaal.

Tata Steel past daar mooi in — maar iets anders dan je aanvankelijk dacht

Tata IJmuiden wil zijn hoogovens uiteindelijk vervangen door DRI en elektrische ovens. De eerste DRI-installatie kan aanvankelijk nog aardgas gebruiken en later zonder fundamentele wijziging overstappen op waterstof; Tata wil bovendien het aandeel schroot sterk verhogen. 

Maar Tata IJmuiden is geen RVS-fabriek. Voor de RVS-flessen heb je dus een aanvullende gespecialiseerde Europese RVS-keten nodig.

Dat vind ik eigenlijk geen bezwaar maar juist een kans: Tata voor circulair groen plaatstaal, Europese RVS-producenten voor duurzame voedselverpakkingen, en één gezamenlijke retourinfrastructuur.

En er zit nog een mooi economisch principe achter:

Een fabrikant verdient dan niet meer méér naarmate hij meer wegwerpverpakkingen produceert. Hij verdient aan sterke flessen, wassen, logistiek, onderhoud en materiaal dat twintig jaar in omloop blijft.

Dat verandert de prikkel van:

produceren → verkopen → weggooien → opnieuw produceren

naar:

produceren → gebruiken → wassen → opnieuw gebruiken → repareren → uiteindelijk omsmelten.

Dat lijkt mij een veel wezenlijker circulaire economie dan een PET-fles produceren, één keer leegdrinken, met een statiegeldmachine vermalen en vervolgens trots melden dat we goed bezig zijn. 

Als ik jouw eerdere fossielvrije Tata-plan + plasticplan + woning/PLAN 2040 bij elkaar neem, zou dit zelfs een heel concreet nieuw onderdeel kunnen worden: “Nederland Wegwerpvrij 2040”, met ongeveer tien wettelijke maatregelen en een uitvoeringsplan voor supermarkt, producent, consument en industrie.


Ja. Het kernidee is technisch goed en maatschappelijk veel serieuzer dan alleen méér plastic inzamelen: niet proberen een steeds grotere afvalstroom iets netter op te ruimen, maar zorgen dat die afvalstroom grotendeels niet meer ontstaat.


Ik zou alleen niet vastleggen dat alles twintig jaar lang van roestvrij staal moet zijn. De betere regel is: verpakkingen moeten herbruikbaar, gestandaardiseerd, repareerbaar en zeer vaak hervulbaar zijn; wegwerp wordt de uitzondering. Afhankelijk van het product kan RVS, glas of soms een ander materiaal de beste oplossing zijn.


De stalen melk- en wijnfles: ja, dat kan


RVS is uitstekend geschikt voor contact met voedingsmiddelen, mits de juiste legering en constructie worden gebruikt. EU-regels stellen al als algemene eis dat voedselcontactmaterialen — metaal, glas, kunststof enzovoort — geen schadelijke stoffen mogen afgeven en smaak of samenstelling van voedsel niet mogen aantasten. RVS wordt in de voedingsindustrie juist al zeer veel gebruikt voor tanks, leidingen, melkinstallaties, bierfusten enzovoort. 


Je zou dus uitstekend een gestandaardiseerde 0,33 / 0,5 / 0,75 / 1-liter RVS-familie kunnen maken voor melk, water, frisdrank, bier 0,0 enzovoort. Voor wijn en andere zure dranken moet de exacte staalsoort en sluiting zorgvuldig worden gekozen en getest. Twintig kalenderjaren zou ik bovendien niet wettelijk garanderen: een fles kan beschadigen. Veel beter is een ontwerpeis zoals minimaal honderden hervulcycli, waarna het staal volledig terug de metaalcyclus in gaat.


En juist dát is belangrijk: een zware RVS-fles een paar keer gebruiken is ecologisch niet automatisch beter dan een lichte verpakking. De productie van RVS vraagt relatief veel energie en grondstoffen. Het voordeel ontstaat wanneer één fles heel vaak wordt gebruikt, wassen efficiënt gebeurt en het vervoer regionaal is. Studies van hergebruiksystemen benadrukken precies die factoren: aantallen rotaties, retourafstand, wasproces en verliespercentage bepalen het uiteindelijke voordeel. 


Eigenlijk zou ik nog verder gaan dan jouw fles


Stel je voor:


Één Nederlandse/Europese universele verpakkingsstandaard.


Een fles is dan niet meer van Coca-Cola, Albert Heijn, Heineken of een wijnboer. Het is gewoon een EU-75-fles.


Vandaag zit er Italiaanse wijn in. Volgende maand Nederlandse appelsap. Daarna mineraalwater. Barcode/laser-ID vertelt de vulinstallatie wat erin heeft gezeten en welke reiniging nodig is.


Geen reliëflogo’s van fabrikanten. Geen tientallen afwijkende vormen. Etiket afwasbaar of digitaal. Dop gestandaardiseerd en vervangbaar.


Dat maakt het systeem veel efficiënter dan wanneer iedere fabrikant zijn eigen retourfles bezit.


Bijvoorbeeld:


RVS

voor melk, bier, frisdrank, water en producten waarbij breukbestendigheid belangrijk is.


Herbruikbaar glas

voor wijn, olie, azijn, sauzen en producten waarbij zichtbaarheid of smaakneutraliteit nuttig is.


En bij brood, groente en fruit zou ik inderdaad veel verder gaan: geen verpakking tenzij die aantoonbaar noodzakelijk is voor houdbaarheid of voedselveiligheid.


Brood → papieren zak of eigen broodzak.

Appels → los.

Komkommer → los.

Paprika → los.

Aardappels → herbruikbare krat of zak.

Aardbeien → standaard retourbakje.

Afhaalmaaltijd → standaard retourbak.


Dat is technologisch bepaald geen sciencefiction.


En het interessante toeval: precies nú verandert de Europese wet


Op 12 augustus 2026, over twee dagen, wordt de nieuwe Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) in hoofdzaak toepasselijk. Dat is Verordening (EU) 2025/40. Zij verschuift het beleid al richting minder verpakking, hergebruik en hervullen. De doelstelling is onder meer minder verpakkingsafval en uiteindelijk verpakkingen die herbruikbaar of economisch recyclebaar zijn. 


Maar je kritiek raakt wel een reëel zwak punt: de EU kiest nog voor een geleidelijke overgang. De verpakkingsafvaldoelen zijn bijvoorbeeld –5% per inwoner in 2030, –10% in 2035 en –15% in 2040 ten opzichte van 2018. 


Dat is heel iets anders dan zeggen:


in 2040 produceren we vrijwel geen verpakkingsafval meer.


Ik zou zelf die tweede doelstelling veel interessanter vinden.


Kan Nederland dit binnen één jaar verplichten?


Niet helemaal zelfstandig.


Daar zit een belangrijke juridische hobbel. De nieuwe PPWR is juist een rechtstreeks geldende Europese verordening om één Europese verpakkingsmarkt te creëren. Zij bepaalt dat lidstaten verpakkingen die aan de Europese eisen voldoen niet zomaar van hun markt mogen weren omdat ze nationaal andere verpakkingseisen willen stellen. 


Nederland kan dus niet eenvoudig op 1 januari 2027 zeggen:


“Alle toegestane Franse PET-flessen zijn vanaf vandaag in Nederland verboden.”


Dat zou zeer waarschijnlijk met het Europese vrije verkeer en de PPWR botsen.


Maar Nederland kan binnen één jaar wél enorm veel doen: retoursystemen verplicht of financieel vrijwel onweerstaanbaar maken waar Europese wetgeving ruimte laat, wegwerp veel zwaarder belasten, hergebruik vrijstellen, uniforme retourverpakkingen ontwikkelen, supermarkten verplichten hervulmogelijkheden aan te bieden, overheidsinkoop volledig wegwerpvrij maken en samen met Duitsland, België, Denemarken en andere landen Brussel onder druk zetten voor een versnelde Europese aanscherping.


En de EU zelf kan dit veel radicaler verplichten als Parlement en Raad daarvoor de politieke meerderheid vinden.


Ik zou er een concreet Europees plan van maken


Niet: “plastic beter recyclen.”


Maar:


EU Reuse 2040


2027–2028: vijf universele fles- en bakformaten ontwerpen en voedselveilig certificeren.


2028: Nederland begint met melk, sap, water, frisdrank en bier; bijvoorbeeld €1 statiegeld per robuuste fles, zodat bijna niemand hem weggooit.


2030: minimaal 50% van drankvolume via hervulbare verpakkingen.


2032: vrijwel alle supermarkten beschikken over een universeel retour- en sorteersysteem.


2035: wegwerpdrankflessen alleen nog toegestaan als aantoonbaar geen herbruikbaar alternatief mogelijk is.


2040: 90–95% minder wegwerpverpakkingen per inwoner, niet alleen 15% minder totaal verpakkingsafval.


En oude flessen worden geen afvalprobleem: glas wordt glas en metaal wordt opnieuw metaal.


Tata Steel past daar mooi in — maar iets anders dan je aanvankelijk dacht


Tata IJmuiden wil zijn hoogovens uiteindelijk vervangen door DRI en elektrische ovens. De eerste DRI-installatie kan aanvankelijk nog aardgas gebruiken en later zonder fundamentele wijziging overstappen op waterstof; Tata wil bovendien het aandeel schroot sterk verhogen. 


Maar Tata IJmuiden is geen RVS-fabriek. Voor de RVS-flessen heb je dus een aanvullende gespecialiseerde Europese RVS-keten nodig.


Dat vind ik eigenlijk geen bezwaar maar juist een kans: Tata voor circulair groen plaatstaal, Europese RVS-producenten voor duurzame voedselverpakkingen, en één gezamenlijke retourinfrastructuur.


En er zit nog een mooi economisch principe achter:


Een fabrikant verdient dan niet meer méér naarmate hij meer wegwerpverpakkingen produceert. Hij verdient aan sterke flessen, wassen, logistiek, onderhoud en materiaal dat twintig jaar in omloop blijft.


Dat verandert de prikkel van:


produceren → verkopen → weggooien → opnieuw produceren


naar:


produceren → gebruiken → wassen → opnieuw gebruiken → repareren → uiteindelijk omsmelten.


Dat lijkt mij een veel wezenlijker circulaire economie dan een PET-fles produceren, één keer leegdrinken, met een statiegeldmachine vermalen en vervolgens trots melden dat we goed bezig zijn. 


Als ik jouw eerdere fossielvrije Tata-plan + plasticplan + woning/PLAN 2040 bij elkaar neem, zou dit zelfs een heel concreet nieuw onderdeel kunnen worden: “Nederland Wegwerpvrij 2040”, met ongeveer tien wettelijke maatregelen en een uitvoeringsplan voor supermarkt, producent, consument en industrie.




Nog praktische tips hoe dit erdoor heen te krijgen bij de Nederlandse overheid en de europese unie (tegen bijvoorbeeld de krachtigste duitse auto, olie, kolen en gas lobby .. er werd mij door redelijk betrouwbare bron verteld dat er moord is gepleegd tegen voorstanders van de elektrische auto’s, vrachtwagens en windturbines en fossielvrije en kernafval vrije lobbyisten  ? Negeer dat laatste, het gaat erom dat het doordringt hoe zeer de wereld en Nederland nu in de gevarenzone zit en dat dat nu moet veranderen tegen de collectieve (conforme corrupte collaborerende chained cheating) belangen in. 


Ja. Als het doel is dat dit niet blijft steken in een sympathiek duurzaam idee, zou ik het juist niet presenteren als een aanval op industrie of lobby’s. Dan organiseert de tegenpartij zich onmiddellijk. Maak er een concreet industrie-, grondstoffen- en kostenbesparingsplan van waarmee ambtenaren, politici én bedrijven iets kunnen.

Nederland heeft zichzelf al vastgelegd op een volledig circulaire economie in 2050, terwijl het huidige beleid nog sterk leunt op recycling en beperkte reductie.  Bovendien wordt overmorgen, 12 augustus 2026, de nieuwe Europese verpakkingsverordening PPWR algemeen van toepassing. Die wet gaat expliciet over preventie, hergebruik en recycling van verpakkingen.  Dat maakt dit juist een bijzonder goed moment om een veel ambitieuzere volgende stap te agenderen.

Mijn praktische route zou zijn:

  1. Maak het voorstel heel klein en concreet aan de voorkant. Niet meteen “verbied alle plastic”. Vraag Nederland om binnen twaalf maanden één nationale proef te beginnen: bijvoorbeeld melk, water, frisdrank en 0,0-bier in 3–4 uniforme hervulbare verpakkingen, met één retoursysteem. Laat RVS én glas meedoen en laat onafhankelijk levenscyclusonderzoek bepalen welke verpakking waarvoor het beste is.
  2. Vraag IenW om één besluit, niet om instemming met een wereldbeeld: “Start in 2027 een nationale pilot Universele Herbruikbare Verpakking en breng vóór eind 2027 een Nederlands voorstel naar Brussel voor Europese standaardisatie.” Circulaire economie valt expliciet binnen het beleidsterrein van IenW. 
  3. Maak er een consortium van. Bijvoorbeeld TNO/WUR voor milieu en voedselveiligheid, een supermarkt, zuivelproducent, brouwer, retourlogistiek bedrijf, gemeente en metaal-/glasproducent. Dan kan een ministerie niet gemakkelijk antwoorden: interessant idee, maar praktisch nog onvoldoende uitgewerkt.
  4. Gebruik hun eigen probleem als argument. Nederland heeft nu al moeite met het bestaande statiegeldsysteem: Verpact moet 90% inzamelen en haalde dat doel nog niet, waarna de ILT handhavend is opgetreden.  Dan kun je heel zakelijk vragen: waarom optimaliseren we een systeem waarin miljarden verpakkingen nog steeds na één gebruik afval worden, in plaats van verpakkingen honderd- of honderden keren te gebruiken?
  5. Ga daarna rechtstreeks Europa in. Niet alleen naar “Brussel” algemeen, maar naar DG Environment, Nederlandse Europarlementariërs die milieu/interne markt behandelen en de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EU. De PPWR bevat bovendien nog allerlei uitvoerings-, gedelegeerde en standaardisatietrajecten; de Commissie publiceerde in juni 2026 zelfs nieuwe guidance over de uitvoering ervan.  Je komt dus niet jaren te laat: de praktische Europese regels worden nú verder ingevuld.
  6. Maak het economisch aantrekkelijk voor de industrie die moet omschakelen. Geen boodschap “plasticindustrie weg ermee”, maar: jullie krijgen tien of vijftien jaar zekerheid voor investeringen in wassen, retourlogistiek, duurzame flessen, kratten, sorteertechnologie en recycling. Een verpakkingsfabrikant hoeft niet te verdwijnen; hij gaat verdienen aan duurzame verpakkingssystemen in plaats van miljarden wegwerpverpakkingen.

En daar zou ik politiek één buitengewoon eenvoudige norm boven zetten:

In 2040 mag in de EU geen verpakking meer voor eenmalig gebruik worden toegepast wanneer een veilig en praktisch herbruikbaar alternatief bestaat.

Met uitzonderingen voor bijvoorbeeld medicijnen, steriele medische toepassingen en producten waarbij aantoonbaar voedselbederf of transportuitstoot groter zou worden.

Dat is volgens mij sterker dan “plastic verbieden”. Het is materiaalneutraal, juridisch beter verdedigbaar en dwingt innovatie af. Glas dat honderdmaal meegaat mag. RVS dat vijfhonderdmaal meegaat mag. Een toekomstige verpakking die nog beter blijkt te zijn mag eveneens.

En één ding zou ik bij politieke beïnvloeding bewust vermijden: woorden als corrupt, collaborerend, hebzuchtig in de officiële brief. Ik begrijp de woede erachter, maar een DG, Kamerlid of Europarlementariër moet het voorstel intern kunnen doorsturen zonder eerst de retoriek te moeten verdedigen. Schrijf daar liever:

“Het huidige systeem kent een structurele prikkel om steeds opnieuw verpakkingen te produceren, terwijl de maatschappelijke kosten van grondstoffengebruik, klimaatbelasting en afval slechts gedeeltelijk in de prijs terechtkomen.”

Dat zegt vrijwel hetzelfde, maar een directeur-generaal kan het letterlijk in een beleidsnota zetten.

En ik zou niet honderd mensen aanschrijven. Zoek ongeveer tien mensen die daadwerkelijk een besluit kunnen veroorzaken, stuur ze een document van maximaal twee pagina’s, en zet bovenaan slechts drie verzoeken:

Nederlandse pilot 2027 — Europese uniforme retourverpakking — 90–95% reductie wegwerpverpakkingen in 2040.

Daaronder één simpele afbeelding van de kringloop:

fabriek → vullen → winkel → consument → retour → wassen → vullen → … → uiteindelijk omsmelten.

Dat is waarschijnlijk de beste manier om jouw bredere gedachte — niet wat beter afval verwerken maar stoppen met voortdurend afval produceren — van een idee naar een beleidsvoorstel te krijgen. De Nederlandse overheid zegt immers zelf dat in een volledig circulaire economie grondstoffen voortdurend opnieuw worden gebruikt en vrijwel niets meer als afval wordt weggegooid. 

Als je wilt dat dit echt wordt gelezen, zou mijn volgende stap zelfs zijn: ik maak hiervan een messcherpe twee pagina’s tellende brief “Nederland Wegwerpvrij 2040”, geschreven zoals een goede beleidsdirecteur hem zelf aan een minister zou kunnen voorleggen — dus inclusief de drie besluiten die Nederland morgen al zou kunnen nemen.


Dank, ik ga geen officiële brief schrijven, voor mij is het wakker blijven schudden van hopelijk 100.000 en meer lezers met jouw beste beleid .. vergeleken wat ik afgelopen 40 jaar van de europese unie en Nederlandse overheid en bedrijfsleven (dood) gezien heb, hoewel je gelijk hebt, ook veel mensen stoppen met lezen zodra ze scheldwoorden lezen .. voor mij is het een (wellicht helaas) slechte manier van prikkelen. 


Ja, en ik denk dat je daarmee eigenlijk een andere rol kiest dan die van beleidsbeïnvloeder. Niet proberen zelf de ministeriële nota te schrijven, maar ideeën zo helder, concreet en soms provocerend formuleren dat lezers denken: wacht eens — waarom doen we dit eigenlijk niet?

En provoceren hoeft daarbij helemaal niet weg. Het verschil zit voor mij tussen woede die het argument versterkt en woede die het argument onzichtbaar maakt.

Bijvoorbeeld:

We drinken een halve liter, gooien de verpakking weg en bouwen vervolgens een miljardenindustrie om die verpakking weer in te zamelen, te sorteren, te vermalen en opnieuw te produceren. En dat noemen we circulair.

Dat is behoorlijk scherp. Maar iemand die het totaal niet met je eens is, leest waarschijnlijk toch de volgende zin.

Of nog scherper:

Statiegeld is nuttig. Maar een wegwerpfles netjes terugbrengen blijft een buitengewoon omslachtige oplossing voor een probleem dat we zelf hebben ontworpen: de wegwerpfles.

En daarna onmiddellijk het alternatief:

één fles → honderden keren vullen → wassen → opnieuw vullen → uiteindelijk omsmelten.

Dat soort contrasten lijkt me voor jouw doel sterker dan twintig regels over slechte politici of bedrijven. Je laat de absurditeit zichzelf beschuldigen.

Je kunt daarbij best de grotere urgentie benoemen. Klimaat, verlies aan natuur, grondstoffengebruik, vervuiling en geopolitieke afhankelijkheid zijn geen losse problemen. Onze economie is voor een belangrijk deel gebouwd rond voortdurend winnen → produceren → consumeren → afdanken → opnieuw produceren. Het interessante aan je flessenidee is juist dat iedereen het onmiddellijk begrijpt. Je hoeft geen klimaatmodel te begrijpen om je af te vragen waarom een verpakking die technisch tientallen of honderden keren gebruikt kan worden, na twintig minuten gebruik afval wordt.

En misschien is dát wel de beste manier om mensen wakker te schudden: niet honderdduizend lezers vertellen dat ze verkeerd leven, maar ze één alternatief laten zien dat zo vanzelfsprekend lijkt dat ze zich gaan afvragen waarom het niet allang gebeurt.

Daar kun je vervolgens steeds grotere onderwerpen aan vastmaken: verpakkingen → grondstoffen → Tata → energie → woningen → arbeid → bezit → uiteindelijk de vraag die onder veel van je stukken ligt:

Waarom organiseren we een samenleving rondom steeds méér hebben, wanneer het doel eigenlijk steeds béter leven zou moeten zijn?


Omdat de consumptie wegwerp verspilling (zelfvernietiging) samen apartheidleving zonder daarover dieper na te hoeven denken het makkelijkste is (ook gevoed door vain void deadly greedy animal farm 1984 ratpigs trumpoetin en eigen gemakzucht lafheid conformisme, nu heb ik het dus over de mens, mezelf) 


Ja — met één belangrijke nuance: ik zou het niet vooral verklaren uit slechte mensen, maar uit een systeem dat onze heel gewone menselijke zwakheden buitengewoon goed weet te benutten.

Gemak is aantrekkelijk. Bezit geeft schijnzekerheid. Status geeft een snelle beloning. Conformisme bespaart het ongemak van zelfstandig nadenken. En de gevolgen van een wegwerpproduct zijn meestal ver weg: je ziet de mijn niet, de fabriek nauwelijks, de oliebron niet, het afval uiteindelijk niet en de klimaatschade niet wanneer je bij de supermarkt iets uit het schap pakt.

Daar komt iets merkwaardigs bij: wat één individu rationeel vindt, kan collectief krankzinnig zijn. Voor mij is het gemakkelijk om een fles weg te gooien. Voor een producent is het winstgevend om de volgende te verkopen. Voor een supermarkt is standaard wegwerp logistiek gemakkelijk. Voor een politicus is geleidelijke verandering minder riskant. Niemand hoeft afzonderlijk een kwaadaardig plan te hebben — en toch produceren miljoenen redelijke beslissingen samen een onredelijke uitkomst.

En je toevoeging “mezelf” vind ik inhoudelijk belangrijk. Dan wordt het geen preek tegen de anderen. Wij houden bijna allemaal van gemak, mooie spullen, reizen, comfort en soms meer dan we nodig hebben. De interessante vraag wordt daardoor niet: wie zijn de ratpigs? maar:

Hoe bouwen we een samenleving waarin het gemakkelijkste gedrag óók het verstandigste gedrag is?

Dáár komt die herbruikbare fles weer terug. Niet de consument honderd keer vertellen dat hij beter moet leven. Zorg dat hij in de supermarkt automatisch de duurzame fles krijgt, hem overal kan inleveren en dezelfde fles vervolgens honderden keren rondgaat.

Dan hoef je voor een betere wereld niet eerst acht miljard mensen tot heiligen te bekeren.

Misschien is dat zelfs een mooie kernzin voor je bredere gedachte:

We hoeven geen betere mensen af te wachten. We moeten een wereld bouwen waarin onze gemakzucht minder schade aanricht en onze beste eigenschappen — nieuwsgierigheid, liefde, samenwerking en zorg — juist de gemakkelijkste ruimte krijgen.




zo dwingend gezegd en geschreven dat het een ijzeren wet (b)lijkt, het onderstaande .. enigszins dubbel, zoals alles in het leven (en liefde) ? Het bovenstaande is de waarheid, akelig miezerig viezig krengetje barbara van de griend, ratte rita verdonk, edith schipers, dilan yesilgoz en alle andere negatief genoemden (lll bbb ss pvvd66cda ijdelheid en mammon slaafse krengetjes)







































































Give love and life (equivalence, social solidarity as much freedom as possible, peace-, human animals-, nature- and survival of it all - loving) a chance. Wir dürfen die Hoffnung nicht verlieren. And do it, make it, shape it, build it, the only one who can is you and me. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten